11 maart, 2026
Fred Hooft is Manager International Logistics bij Royal Swinkels. In dit interview vertelt hij meer over data en wat dit betekent voor de logistieke sector.
Brouwerij Royal Swinkels bestaat al meer dan 300 jaar, met inmiddels de zevende generatie van de familie in de organisatie. Als familiebedrijf is het bedrijf gericht op de lange termijn, waardoor er altijd, ook als het economisch minder gaat, aandacht is voor duurzaamheid. Circulair ondernemen is dan ook één van de pijlers van de organisatie. Royal Swinkels is actief in 130 verschillende landen, met wereldwijd verschillende brouwerijen en distributiekanalen. Als manager international logistics is Fred Hooft eindverantwoordelijk voor de logistieke operatie van het bedrijf wereldwijd. “Alles wat nodig is om ons bier van A naar B te krijgen.”
Multimodaal vervoer levert veel op
In 2008 startte Hooft bij Swinkels. In die tijd werd er gewerkt met EX Works: de klant was er verantwoordelijk voor dat de producten afgehaald werden bij Swinkels. Het bedrijf had weinig bemoeienis met het transport en kon hier dus ook niet zelf sturen. “Om daar meer controle over te krijgen, zijn we begonnen met het zelf inkopen van transport”, vertelt Hooft. “Dat gaf ons meteen de mogelijkheid om dat niet alleen met vrachtwagens te doen. We hebben toen ook andere modaliteiten ingezet.” De inzet van multimodaal vervoer zorgde ervoor dat er beter gepland kon worden, en een winst in payload. “Als je over de weg naar Italië, Spanje of Frankrijk rijdt, zit je altijd vast aan bepaalde gewichtslimieten. Bier is een heel zwaar product. Bij intermodaal vervoer is het maximaal toegestane gewicht hoger, zodat we meer konden meegeven. We konden dus voor hetzelfde geld meer pallets meenemen, waardoor het voor ons kostenefficiënter was.”
Deze manier van vervoer paste ook goed binnen de strategie van het bedrijf op het gebied van circulariteit. Want naast dat multimodaal vervoer betrouwbaarder en goedkoper is, levert het ook veel CO2-besparing op.
Koudwatervrees weghalen
Omdat het bedrijf deze weg was ingeslagen, kwam Hooft ook in contact met Lean & Green. “Transport is één onderdeel van circulair ondernemen. Minder CO2-uitstoot, minder kilometers proberen te maken, proberen lege kilometers te vermijden. Dat sluit eigenlijk een-op-een aan bij de filosofie die Lean & Green ook heeft.”
Hooft merkte dat veel bedrijven nog koudwatervrees hadden met betrekking tot multimodaal transport. “Ik geloof heel erg in multimodaal transport. Zo ben ik als een soort ambassadeur begonnen om die koudwatervrees weg te halen.”
Samenwerken is nodig
De filosofie van zowel Swinkels als Lean & Green is gericht op CO2-reductie, maar ook op het willen samenwerken met andere partijen. “We hebben bijvoorbeeld de candy barge gedaan, samen met Mars en Heinz, om met drie verschillende partijen samen een schip vol te krijgen met containers, om het zo ook voor iedereen rendabel te maken.”
Hooft adviseert dan ook aan andere bedrijven die willen gaan verduurzamen om niet bang te zijn om dingen met anderen te delen. “Probeer je open te stellen en durf vragen te stellen. Durf je kwetsbaar op te stellen, om stappen te kunnen maken. Er is zoveel kennis in de markt, bijvoorbeeld bij leden van Lean & Green. Ik weet dat als je echt wilt verbeteren, je moet gaan samenwerken.”
Meten = weten
Om te kunnen verbeteren, moet je natuurlijk wel op de hoogte zijn van waar je nu staat. In het begin van de Lean & Green-deelname leunde Swinkels voor data heel erg op het CO2-reductieprogramma. “Lean & Green hielp bij de vraag hoe je een lane moet opbouwen. Waar haal je de CO2-uitstoot vandaan en hoe reken je dat om tot een complete uitstoot voor je transport? Dus je gewichten, de kilometers die je aflegt, je vulgraad, eigenlijk alles bij elkaar.”
Tegenwoordig heeft het bedrijf data uit eigen bronnen beschikbaar. “We hebben sinds twee jaar een eigen dashboard ontwikkeld. In ons SAP leggen we alle veertig- tot vijftigduizend volle transporten die we op jaarbasis hebben vast. Als we een nieuwe klant hebben, kijken we met welk vervoersmiddel we naar die klant toe gaan. Dan rekenen we met de vervoerders uit wat dat de CO2-uitstoot is als we één keer van A naar B gaan. Dat leggen we vast in ons systeem. Op het dashboard komen alle lanes samen. Je ziet van alles wat we doen wat de uitstoot is.”
Aan de hand van de gegevens op het dashboard kan Swinkels ook bijsturen als dat nodig is. “We hebben als bedrijf ook doelstellingen om CO2 te besparen. Stel dat we 10 procent CO2 moeten reduceren en ik kom op 8 procent uit. Dan is het fijn dat ik ergens halverwege het jaar al zie dat ik het niet ga redden. Ik kan dan nog maatregelen nemen. Een van de maatregelen zou kunnen zijn om meer sustainable marine fuel te kopen, met lagere CO2-uitstoot. Of meer HVO.”
Gouden data
Binnen Nederland is gouden data beschikbaar, vertelt Hooft. “We kunnen data op zes cijfers achter de komma krijgen. We werken met een huisvervoerder die met een dedicated vloot voor ons rijdt. Ik weet precies wat voor type auto’s het zijn, hoeveel liter brandstof daarin gaat etc. Daar komt hele goede data uit de boordcomputers en daar kunnen we heel veel mee.”
Op internationaal vlak is het een ander verhaal. “Op het moment dat je internationaal gaat, weet je echt niet van te voren met welk vervoersmiddel het vervoer gedaan wordt. Daar kun je totaal niet op sturen” Bij intermodaal ben je afhankelijk van andere partijen, bijvoorbeeld van de rederij of spoorwegmaatschappij. “De trein wisselt elke week. De ene keer is het een stoomlocomotief, de andere keer een elektrische locomotief. De ene keer gaat hij via Keulen, de andere keer neemt hij een andere route. Daar rekenen we met kerngetallen, want niemand kan dat precies elke keer oplepelen. Zeker op internationaal vlak is de datakwaliteit echt nog wel een dingetje.”
Multimodaal helemaal ingebed
Hooft is er trots op dat het multimodaal vervoer helemaal is ingebed binnen de organisatie. “Voorheen moest ik het binnen ons bedrijf nog wel verantwoorden, omdat wegvervoer toen voordeliger was dan intermodaal. Maar omdat het ook een stukje rust geeft, heel veel operationele voordelen heeft en nu uiteindelijk ook nog een financieel voordeel heeft, heb ik hierover nooit meer een discussie binnen ons bedrijf.”
Grootste uitdaging
Voor de komende periode is de elektrificatie van de gehele retailvloot de grootste uitdaging voor Swinkels. “Als ik alle elektriciteit had die ik nodig zou hebben, dan zou ik vandaag nog mijn complete vloot omzetten op elektrisch. Maar ik word daarin een beetje beperkt door wat de netbeheerder beschikbaar heeft. Dat houdt ons eigenlijk ook tegen in verdere stappen en het is de grootste challenge waar ik op dit moment tegenaan loop.”